Vorige bericht

Als je kind thuiszit: ervaring van ouders van een thuiszitters

Nederland kent jaarlijks duizenden thuiszitters. We zien ze niet, maar ze zijn er wel en ze lijden in stilte. Want niet naar school hoeven, is misschien de droom van veel kinderen, maar niet naar school kunnen, is een heel ander verhaal. Thuiszitten gaat gepaard met een ontwikkelingsachterstand op allerlei gebieden. Maar minstens zo belangrijk: het staat garant voor een hele hoop zorgen en negatieve emoties. Zowel bij het kind als bij de ouders. Daarover lees je in deze blog.

Afhankelijk van professionals

Op De Peerdegaerdt zijn sinds 2019 thuiszitters officieel welkom voor individuele begeleiding op onze zorgboerderij. Sindsdien horen we regelmatig de ervaringen van de ouders van kinderen die zijn uitgevallen uit het onderwijs. Zij zijn na een lange zoektocht dolblij dat ze eindelijk een plek hebben gevonden voor hun kind. De aanmelding voor het thuiszittersprogramma ‘Op weg’ betekent vaak dat er langzaam eindelijk weer wat licht verschijnt aan het einde van een lange, donkere tunnel.

Datzelfde geldt voor de ouders van Perry (13). In het laatste jaar van het basisonderwijs valt Perry uit van school. Hij is onzeker, voelt zich depressief en kan de stress van school niet (meer) aan. Hij blijft thuis met de dekens over zijn hoofd in bed liggen en krijgt zichzelf niet meer op gang. Zijn ouders zien direct dat het een serieus probleem is en stappen naar school voor hulp.

Maar het blijkt een flinke uitdaging om de juiste hulp vinden voor hun zoon.

“Als ouder ben je een leek,” vertellen ze, “Je weet helemaal niet wat voor hulp er nodig is, wat er bestaat en waar je moet zijn. We waren daarin heel erg afhankelijk van professionals.”

Na twee maanden zet het jeugdteam individuele begeleiding in. Helaas richt dat weinig uit: Perry heeft geen klik met de hulpverlener en blijft op bed liggen. De hulpverlening wordt nog even doorgezet om het te proberen, maar na nog een paar maanden wordt de conclusie getrokken dat dit Perry niet gaat helpen. Omdat men (een vorm van) autisme bij Perry vermoedt, is een specifieke aanpak nodig. Daarvoor is echter een diagnose nodig en dus wordt via de huisarts een psycholoog geregeld voor diagnostisch onderzoek. Wachttijd: een jaar.

Steeds wanhopiger

Intussen is er al een halfjaar verstreken sinds Perry voor het eerst thuis kwam te zitten. Gelukkig weet de huisarts via wachttijdverkorting te regelen dat het onderzoek eerder plaatsvindt. Flink wat maanden later krijgt Perry inderdaad de diagnose autisme. Speciaal onderwijs lijkt noodzakelijk om Perry weer te kunnen laten terugkeren naar school. “Maar voor ons was het heel onduidelijk wat dan wel passend was” vertellen de ouders van Perry, “we kenden de weg niet en wisten niet wat er allemaal mogelijk was.”

Het zoeken naar een andere school, blijkt bovendien een lastig en traag proces. Instanties die hierbij betrokken zijn, geven wisselende berichten, lijken het proces tegen te werken en beschikken over weinig empathie. “Ze zeiden dat Perry gewoon een schop onder zijn kont nodig had“, vertelt moeder. “Daarin werd totaal geen rekening gehouden met zijn autisme.” Het effect is dan ook tegengesteld: Perry haakt nogmaals af en voelt zich nog erger gedemotiveerd.

De ouders van Perry worden steeds wanhopiger. Want ondertussen gaat het nog geen haar beter met hem.  Zijn depressieve gevoelens zijn nog steeds aanwezig, evenals gedachten aan zelfdoding. Hij komt nog steeds nauwelijks uit bed.

Thuiszittersprogramma op De Peerdegaerdt

Dan komt Landgoed de Peerdegaerdt in beeld. Het thuiszittersprogramma ‘Op weg’ lijkt passend te zijn voor Perry. De hoop en verwachting is dat de één-op-één begeleiding op de zorgboerderij hem kan helpen om stapje voor stapje weer actiever te worden en zelfvertrouwen op te bouwen. De moestuin op De Peerdegaerdt en de dagelijkse bereiding van de lunch sluiten goed aan bij zijn droom om kok te worden. Perry wil op De Peerdegaerdt werken aan het opbouwen van ritme en structuur, zodat hij uiteindelijk terug naar school kan.

Iedereen wil dolgraag dat hij start, maar ook hierin lopen Perry’s ouders tegen beperkingen op. Ze zijn opnieuw afhankelijk van de zorgprofessionals in de procedures die nodig zijn voor de aanmelding en financiering van het programma. Daarin gaan opnieuw kostbare maanden verloren. Het frustreert Perry’s ouders; het voelt alsof ze tegen de muur oplopen.

Ze kennen de weg niet in het zorglandschap en zijn compleet afhankelijk van de professionals, maar voelen zich door hen niet gezien en geholpen. Sterker nog, zegt moeder: “Als je als ouders niets doet, dan gebeurt er ook niets.”

Overal zelf achteraan

Ook voor het vinden van een andere school moet er veel worden geregeld. Tijdens een multidisciplinair overleg met meerdere zorgpartijen komt een geschikte school ter sprake. Desondanks komt er een hoop papierwerk bij kijken om alles goed te laten verlopen. Werk waarbij de ouders van Perry grotendeels zelf achter zaken aan moeten.

“Als we dat niet deden, was Perry’s dossier niet compleet en werd het niet opgepakt.” zuchten ze. Zo moet er een overdracht komen van de oude school, maar blijkt die niks te hebben aangeleverd. En een afspraak met de nieuwe school maken, blijkt ook minder simpel dan het lijkt. Perry’s ouders krijgen te horen dat er ‘binnenkort’ een gesprek zal plaatsvinden, maar moeten er zelf net zolang achteraan tot er een concrete afspraak wordt gemaakt.

De ouders van Perry zijn daarnaast inmiddels het spoor bijster over ‘welk poppetje waarbij hoort’. Al met al voelen ze zich verloren en in de steek gelaten door de zorg. Vanuit de hulpverlening wordt gesproken over passend onderwijs, maar zo voelt het voor Perry’s ouders allerminst. “Perry kreeg vrijstelling van leerplicht”, vertellen ze, “maar dat voelde meer als een vrijstelling van die ene school waarop het niet meer ging.”

Uiteindelijk wordt het – met alle bureaucratische vertraging – een race tegen de klok om Perry aangemeld te krijgen bij een school vóór het nieuwe schooljaar in september.

Het tij keert

Gelukkig komt er, zodra Perry op De Peerdegaerdt start, langzaam wat verandering in de situatie. Het werk op de zorgboerderij geeft Perry de juiste combinatie van begeleiding en structuur die hij vanuit autisme zo nodig heeft. In combinatie met begeleiding van de psycholoog en lichaamsgerichte begeleiding, helpt dit Perry om stapje voor stapje – op zíjn tempo – weer in beweging te komen. Perry’s ouders leren ondertussen om er niet ‘bovenop te zitten’. In plaats daarvan oefenen ze me simpelweg luisteren en er voor hem zijn.

Op De Peerdegaerdt wordt samen met een remedial teacher onderwijsondersteuning opgepakt, om de leerachterstand van Perry zo klein mogelijk te houden. De persoonlijk begeleider van Perry verwerkt hierbij op een speelse manier onderwijs in de werkzaamheden op de zorgboerderij. Koken wordt bijvoorbeeld een goede mogelijkheid om te oefenen met rekenen en plannen.

Ook wordt – tot hun grote opluchting van Perry’s ouders – een schoolproject gevonden dat in Perry gelooft en hem een traject op maat aanbiedt. Het zal een tijdelijk traject zijn dat hem gaat helpen om door te stromen naar een andere school. Bovendien neemt het traject ook het zoeken naar een geschikte vervolgschool uit handen. Het schoolproject is een plek die bij Perry past, met rust, duidelijkheid en niet te veel prikkels. “Er is een vast gezicht die hem warm welkom heet en meteen met hem naar de klas gaat.” vertellen zijn ouders blij, “Er is rust in de groep, er zijn geen mobiele telefoons aanwezig en er wordt veel met mindfulness gedaan. Ook is er veel één op één begeleiding.”

De Peerdegaerdt als veilige haven

Inmiddels is het dik een jaar verder sinds Perry op De Peerdegaerdt startte. Zijn ouders kijken terug op een veelbewogen periode. “Het gaat gelukkig veel beter met Perry”, geven ze aan. “ Hij zit beter in zijn vel, is actiever en doet het goed in het schooltraject.” Stapje bij beetje is Perry weer in een schoolritme gekomen. Het gaat zelfs zo goed dat hij al na een maand in het overgangstraject klaar blijkt te zijn om de overstap naar de nieuwe school te maken. Een heel belangrijke stap, die met zorg wordt begeleid door zowel het schooltraject als De Peerdegaerdt.

Want De Peerdegaerdt is tijdens het gehele schooltraject een veilige plek voor Perry. Iedere week blijft hij twee dagen per week naar de zorgboerderij komen. Daar vindt hij rust en zelfvertrouwen. De fijne omgeving – tussen de dieren en de moestuin waar hij zo gek op is – biedt hem de veiligheid die hij hard nodig heeft om alle spannende stappen te durven zetten. De Peerdegaerdt werkt samen met het schooltraject om met goede preventie een terugval van klachten te voorkomen. Zo oefent Perry zowel op de zorgboerderij als in het schoolproject met ‘uit zijn hoofd komen’ en het opbouwen van energie. Daarbij is zíjn tempo altijd leidend. Zo wordt er niet over zijn grenzen gegaan en blijft het risico op faalervaringen zo klein mogelijk. Het is een fragiel proces, maar heel belangrijk.

Een betere toekomst voor thuiszitters

En terwijl Perry de komende periode nieuwe stappen blijft zetten en langzaam weer terugkeert naar het ‘gewone’ schoolleven, blijft De Peerdegaerdt zijn veilige haven. Ook blijft De Peerdegaerdt zoeken naar manieren om andere thuiszitters en hun ouders te helpen. Want er zijn nog altijd te veel thuiszitters en nog te veel ouders van thuiszitters zijn de wanhoop nabij. Zo kijken we hoe we een goede overbrugging of verbinding kunnen maken tussen zorg en onderwijs op de zorgboerderij. Ook blijven we volop in gesprek met andere betrokken partijen in het thuiszittersprobleem en vragen we herhaaldelijk aandacht voor dit thema.

Om privacyredenen is de naam van de deelnemer gefingeerd. Zijn verhaal en dat van zijn ouders is wél echt.

Volgende bericht