Vorige bericht

Hoogbegaafdheid bij thuiszitters

Om de kwaliteit van onze zorg hoog te houden en onze begeleiding steeds te verbeteren, organiseren we op Landgoed de Peerdegaerdt geregeld kennissessies voor onze begeleiders. Afgelopen week verzorgde Leonieke Boogaard een lezing over hoogbegaafdheid bij thuiszitters.

Hoogbegaafdheid bij thuiszitters, het is een onderwerp wat op onze zorgboerderij als vanzelf aan elkaar gekoppeld is geraakt. Regelmatig begeleiden we op De Peerdegaerdt namelijk hoogbegaafde kinderen en jongeren binnen ons thuiszittersprogramma. Het zijn jongeren die thuis zijn komen te zitten omdat het onderwijs sloot niet aansloot of op andere vlakken van hun leven een mismatch ontstond.

Leonieke bevestigt dat hoogbegaafdheid en thuiszitten inderdaad veel samen voorkomen. Hoogbegaafden zijn onder de groep thuiszitters sterk oververtegenwoordigd: maar liefst 25-40% van de thuiszitters is hoogbegaafd. Dat is een enorm percentage als je je bedenkt dat van de gehele bevolking slechts 2-3% hoogbegaafd is. Het geeft aan dat het onderwijs in Nederland niet passend is voor hoogbegaafde leerlingen. Maar dat is niet de enige oorzaak waardoor hoogbegaafde kinderen en jongeren thuis kunnen komen te zitten. Omdat goed uit te leggen, moet je eerst wat weten over het hoogbegaafde brein.

Het hoogbegaafde brein

Ook al is het bij hoogbegaafdheid het eerste waar je aan denkt, een hoge intelligentie is maar een deel van wat het betekent om hoogbegaafd te zijn. Onderzoek naar het onderwerp laat zien dat het brein van hoogbegaafde mensen anders werkt. Onderzoeker Renzulli beschreef in 1978 in zijn model dat er bij hoogbegaafdheid sprake is van een combinatie van drie dingen: een hoge intelligentie, een creatieve manier van denken en doorzettingsvermogen of motivatie. Waar die drie dingen samenvallen en de ruimte krijgen, komt hoogbegaafdheid tot zijn recht. Een hoogbegaafd persoon die goed in zijn vel zit heeft een fantastisch potentieel en kan veel bereiken.

Collega-onderzoeker Mönks deed in 1984 een belangrijke toevoeging aan het model van Renzulli. Ook de omgeving, zo zei hij, speelt een belangrijke rol bij hoogbegaafdheid. Een kind gaat naar school, heeft vrienden, groeit op in een gezin. De invloed daarvan is groot. Als het op één van die vlakken niet goed gaat, gaat de balans scheef. Het kind gaat zich aanpassen, er komt een disbalans en de hoogbegaafdheid komt niet langer op een goede manier tot uiting.

Altijd anders

Een ander belangrijke kenmerk van hoogbegaafdheid is het gevoel ‘anders te zijn’. Volgens onderzoeker Kieboom is dat minstens zo belangrijk als de cognitie en intelligentie die hoogbegaafdheid kenmerken. In haar model van hoogbegaafdheid (2007) legt ze uit dat hoogbegaafdheid uit twee factoren bestaat: een cognitieve factor en een ‘zijnsfactor’. De cognitieve factor bestaat uit de drie onderdelen uit het model van Renzulli. De hoge intelligentie, het creatieve denken en de motivatie van hoogbegaafdheid zorgen voor een vrijwel onstilbare leerhonger. Dat vraagt om aanpassingen in het onderwijs om te zorgen voor voldoende cognitieve uitdaging en ruimte om te leren en groeien.

Maar minstens zo belangrijk is het hogere bewustzijn van hoogbegaafde mensen. Hoogbegaafde kinderen zijn zich sterk bewust van zichzelf en de wereld om zich heen. Ze zijn zelfkritisch, leggen de lat hoog, hebben een enorm rechtvaardigheidsgevoel en zijn heel gevoelig. Op zichzelf gezien zijn dit allemaal prachtige zaken die een hoogbegaafde een mooi, zuiver mens maken. Dezelfde zijnskenmerken kunnen echter ook zorgen voor valkuilen en moeilijkheden. Veel hoogbegaafde kinderen lopen er tegen aan dat ze zich anders voelen dan hun leeftijdsgenoten en niet begrepen worden.

Verkeerd opgevat

Veel van de zijnskenmerken van hoogbegaafde kinderen worden verkeerd opgevat door hun omgeving. Juffen en meesters zien perfectionistische hoogbegaafde kinderen vaak als faalangstig. Kinderen die enorm geraakt worden door en zich uitspreken tegen onrecht, worden vaak als bemoeizuchtig ervaren. Een kind dat regels ter discussie stelt en wil weten “waarom?” in plaats van gewoon te gehoorzamen, komt te boek te staan als brutaal. En een kind wat zich niet kan concentreren op een toets doordat in een lokaal ernaast een klok tikt, krijgt vaak te horen dat het zich aanstelt.

De belevingswereld van een hoogbegaafde is intens. Hoogbegaafden denken dieper na over dingen, leggen meer en andere verbanden, zijn kritischer en hebben een hoofd wat nooit stilstaat. Bovendien zijn hun zintuigen vaak veel scherper afgesteld waardoor de wereld een hele prikkelrijke, intense plek is. Hoogbegaafden denken veel en voelen veel. En wat ze voelen en denken dan zo afwijkt van wat hun niet hoogbegaafde leeftijdsgenootjes denken en voelen, kun je je voorstellen dat er een mismatch ontstaat.

Chirac in de bak

Leonieke – zelf moeder van vier hoogbegaafde kinderen – vertelt: “Mijn zoon was al heel jong bezig met hele grote wereldproblemen. Hij was zeven toen Chirac president van Frankrijk werd en weer met kernproeven begon. Mijn zoon maakte zich daar zorgen om, was er veel mee bezig. Hij vergeleek Chirac met zijn voorganger, Mitterrand, en vroeg zich vaak af welke president beter was. Ik kan me nog goed herinneren hoe hij achterop de fiets naar school uit volle borst “Chirac in de bak!” riep.”

Het voorbeeld doet grinniken, maar je kunt je ook zó voorstellen dat het kind op school weinig aansluiting vond toen hij hierover wilde praten. De andere kinderen waren helemaal nog niet met de grote wereld bezig en maakten zich druk om voetbal of hun vriendjes en vriendinnetjes.

Eenzaam en onbegrepen

Zich anders en onbegrepen voelen kan al vroeg een probleem worden. Vanaf het moment dat hoogbegaafden naar school moeten, begint het aanpassen. Kinderen voelen zich niet gezien of gehoord, voelen zich anders dan de andere kinderen. En dat zit in ogenschijnlijk hele kleine dingen. Want stel je maar eens voor: je zit in de zandbak met je klasgenootjes en vraagt om het rode schepje. Je weet wat rood is, wilt daarom specifiek het rode schepje maar krijgt achtereenvolgens het groene, blauwe en grijze schepje aangereikt. Niet begrijpend dat je klasgenootjes de primaire kleuren nog helemaal niet kennen, word je gefrustreerd en boos. De juf, die staat te kijken, ziet het gebeuren en interpreteert het als ‘sociaal onaangepast’ gedrag.

De mismatch tussen hoogbegaafde kinderen en hun leeftijdsgenootjes kan voor eenzaamheid en somberheid zorgen. Leonieke herinnert zich dat haar dochter ooit heel helder tegen haar zei: “Mam, ik probeer met makkelijke woorden te praten op school maar dan snappen ze me nog steeds niet.”

Sommige kinderen vinden dit zo lastig dat ze zich in reactie hierop heel erg gaan terugtrekken en autistisch gedrag gaan vertonen. Misdiagnoses autisme komen dan ook vaak voor onder kinderen met hoogbegaafdheid, vertelt Leonieke, omdat het gedrag hetzelfde is maar de echte oorzaak niet wordt herkend.

“Hoogbegaafde kinderen trekken zich terug omdat ze gewoon niemand om zich heen hebben met wie ze op niveau kunnen praten.”

Onderpresteren

De mismatch in belevingswereld én leerniveau maakt hoogbegaafde kinderen gefrustreerd. Meisjes passen zich volgens Leonieke vaak aan hun omgeving aan. Ze zijn onopvallende, goede leerlingen die geen problemen maken maar van binnen ongelukkig zijn. Jongens gooien iets vaker hun kont tegen de krib, worden dwars en gaan rebelleren. Daar krijgen ze problemen mee. In beiden gevallen – aanpassen of rebelleren – blijft een passende interventie uit.  Als gevolg gaan veel hoogbegaafde jongeren uiteindelijk onderpresteren. Een deel van hen valt uiteindelijk helemaal uit van school.

Die thuiszitters komen onder andere op De Peerdegaerdt terecht voor begeleiding. Maar wat kun je nu als begeleider betekenen voor een hoogbegaafde thuiszitter?

Leer jezelf begrijpen

Een belangrijk onderdeel van de begeleiding is simpelweg uitleg over hoogbegaafdheid, aldus Leonieke. Want als je niet begrijpt wat hoogbegaafdheid is, begrijp je jezelf niet en ook niet waarom je tegen dingen aanloopt. Uitgebreide uitleg over hoe hoogbegaafdheid werkt, kan daarom een enorm verschil maken.

“Zelfs bij kinderen die al vijf jaar thuis zitten zie je dan de kwartjes aan de lopende band vallen”, vertelt ze uit eigen ervaring als hoogbegaafdheidscoach.

Enthousiast vertelt Leonieke hoe je met jongeren het gesprek kunt aangaan. Aan de hand van verschillende kaartspellen, kaarten en opdrachten kun je op een actieve, speelse manier lastige thema’s bespreekbaar maken. Leonieke laat ons verschillende materialen zien waarmee onze begeleiders dat kunnen doen. Als verrassende afsluiter laat ze enkele materialen bij ons achter om zelf mee aan de slag te gaan.

Alles bij elkaar is het een inspirerende, verhelderende en leerzame kennissessie. Onze begeleiders herkennen verschillende dingen uit werksituaties en hebben zin om ermee aan de slag te gaan.

Over Leonieke Boogaard

Leonieke is moeder van vier hoogbegaafde kinderen en specialist hoogbegaafdheid. Ze heeft als docent en coach talloze hoogbegaafde jongeren begeleid. Als onderzoeker en bestuurslid draagt ze haar steentje bij aan het verbeteren van de positie van hoogbegaafde kinderen en hun ouders. Op dit moment is ze bezig met de campagne ‘Vele gezichten van hoogbegaafdheid‘ om hoogbegaafdheid onder migranten meer zichtbaar te maken.

Volgende bericht