Vorige bericht

November: tijd voor een moestuinplan

Het is november en dat betekent: tijd voor een moestuinplan. Lees mee in deze blog hoe je een moestuinplan maakt en met welke zaken je rekening houdt.

Naarmate de dagen kouder, donkerder en natter worden, blijft er op de moestuin steeds minder over om te doen. De knoflook en ui kan nog worden gepoot. Een enkele snelgroeiende kou bestendige bladgroente (zoals scherpzadige spinazie) kan nog worden gezaaid. En voor zaden die juist wat kou nodig hebben om te ontkiemen (zogenaamde koudekiemers), is dit ook de tijd om ze in de grond te stoppen. En ook bepaalde rassen tuinbonen kun je al voor de winter zaaien zodat je vroeg in het voorjaar al lekker kunt oogsten.

Maar november nodigt vooral uit tot binnen zitten met een warme kop thee. Terwijl we wachten tot de wintergroenten als spruitjes en boerenkool klaar zijn om te oogsten denken wij vast na over het volgende moestuinseizoen. Want wanneer je nú je tuinplan maakt, ben je volgend jaar extra goed voorbereid.

Een moestuinplan maken

Een moestuinplan kun je het beste uitgebreid uitschrijven op papier. Door hier tijd in te steken, doe je jezelf tijdens het moestuinseizoen een groot plezier. Een plattegrond maakt voor jezelf duidelijk welke groente je waar hebt bedacht. Een plan per maand kan je helpen om te onthouden wat je wanneer moet gaan zaaien, uitplanten, uitdunnen of bemesten. En als je goed over je plan nadenkt, zorg je voor een goed gespreide oogst die precies genoeg is voor wat jij opeet.

De meeste tuinders hebben bij het starten van hun moestuin een vast moestuinplan gemaakt, dat ieder jaar als basis dient. Dit plan is goed afgestemd op jouw specifieke moestuin: waar en hoe groot de oppervlakte van de moestuin is en hoe de zon gedurende de dag draait. Met dit vaste moestuinplan als basis, kun je ieder jaar wat aanpassingen doen. Hiervoor gebruik je je ervaring van het afgelopen seizoen.

postelein-wintergroente-moestuinplan

Misschien heb je dit jaar te veel courgette gezaaid waardoor halverwege de zomer je geen courgette meer kon zíén. Of misschien was je halverwege het seizoen al door je aardappels of uien heen en wil je daar meer van zaaien. Ieder seizoen kun je ook weer nieuwe groenten uitproberen. Vergeten groenten als raapsteel of schorseneren, of speciale rassen van bekende groentes zoals courgettes met een mooie tekening of tomaten met prachtige kleuren. Ook kun je kleine dingen aanpassen op basis van wat er dit seizoen misging. Zo werden de doperwten van onze moestuinvrouw Agaath opgegeten door de loslopende pauwen. Daarom denkt ze er nu over om een laagblijvend ras te gebruiken die ze ter bescherming kan afdekken met gaas.

 

Gebruik je moestuin efficiënter

Een groot voordeel van een moestuinplan is dat je de beschikbare ruimte in je moestuin zo efficiënt mogelijk kunt benutten. Zo zorg je voor een zo grootst mogelijke oogst met een zo groot mogelijke diversiteit aan groenten. Bij het maken van een moestuinplan kun je bijvoorbeeld werken met verschillende hoogtes. Zo kun je in een lijn van het zuiden naar het noorden met oplopende lagen werken. Vooraan zaai je laagblijvende groentes (zoals radijs, kropsla en rucola). In de rij erachter zaai je middelhoge groentes (denk aan wortel, rode biet, stambonen of snijbiet). Op de achterste rij plaats je de grootste planten.

Gewassen tegen een rek laten opklimmen is een slimme manier om ruimte in je moestuin te besparen. Niet alleen klimbonen (zoals sperziebonen, peultjes en sugarsnaps) kun je tegen een rek opleiden. Ook kruipende (ruimte innemende) groenten als pompoen, komkommer en meloen kun je omhoog leiden. Er bestaan zelfs speciale klimcourgettes en ook tomaat is een flinke jongen die wel wat begeleiding van een rek kan gebruiken.

Je kunt ook ruimte besparen door goed na te denken over de timing van je planten. Sommige gewassen kun je al vroeg in het voorjaar telen. Groenten als kropsla, spinazie, radijs, koolrabi en rode biet kun je als zogenaamde voorteelt gebruiken. Zo kun je na de oogst hetzelfde stukje grond gebruiken voor een tweede ronde. Gewassen als bleekselderij, spruitkool, pompoen, courgette en sperziebonen teel je dan als zogenaamde nateelt. Zo kun je hetzelfde moestuinbed voor verschillende groenten gebruiken en de beschikbare ruimte efficiënter benutten.

Houd je moestuin gezond

Nog een hele belangrijke reden voor een moestuinplan: je moestuin gezond houden. Vooral in een ecologische tuin probeer je eerder problemen te voorkomen dan af te wachten en ze op te lossen wanneer ze ontstaan. Een belangrijk onderdeel daarvan zit ‘m in de bodemzorg. Maar als het gaat om een moestuinplan, is een andere belangrijke preventiemaatregel: gewaswisseling.

Gewaswisseling betekent dat je een gewas ieder jaar op een andere plek teelt zodat het een aantal jaar duurt voor datzelfde gewas weer op de eerste plek staat. De belangrijkste reden hiervoor is dat je op deze manier problemen met bodem gebonden ziekten en plagen voorkomt. Schimmels, aaltjes en andere schadelijke organismen bevinden zich in de bodem en doen zich tegoed aan je planten. Wanneer je telkens op dezelfde plek dezelfde plant neerzet, trakteer je deze organismen op een rijkelijke maaltijd waardoor ze zichzelf kunnen vermenigvuldigen. Door ieder jaar je gewassen een plekje op te schuiven, ontneem je schimmels en aaltjes hun voedingsbron. Zo worden ze zwakker of gaan ze dood.

Een bijkomend voordeel van gewaswisseling is dat het je bodem beter in balans houdt. Niet iedere plant heeft precies dezelfde voedingsstoffen nodig. De ene groente heeft meer kalium nodig, de ander meer stikstof. Door ieder jaar een ander gewas op hetzelfde stuk grond te zetten, geef je de grond de tijd om zich te herstellen en in balans te blijven.

Hokjes en vakjes

Over het algemeen deel je je moestuin bij een moestuinplan daarom op in tenminste vier verschillende vakken/bedden. Zo kun je per jaar de inhoud van de vakken opschuiven om te zorgen voor voldoende gewaswisseling. Er zijn verschillende manieren waarop je je vakken kunt opdelen. Moestuinvrouw Agaath deelt haar vakken vervolgens in volgens de vier verschillende onderdelen van een plant waarvoor je ‘m kunt kweken:

  • Wortelgewassen teel je vanwege de wortel onder de grond. Denk hierbij aan winterpenen, rode bietjes en pastinaken. Maar ook radijs en schorseneer vallen onder deze groep.
  • Bladgroenten teel je vanwege het eetbare blad. Van andijvie, slasoorten, spinazie en snijbiet eet je allemaal het blad.
  • Bloemen teel je voor het mooie gezicht, maar ook voor het aantrekken van bestuivers zoals bijen en zweefvliegjes. Daarnaast zijn veel bloemen eetbaar. Zo kun je van de zonnebloem de zaden oogsten en eten en zijn zowel blad als bloem van de Oost-Indische kers eetbaar.
  • Vruchtgewassen zijn tot slot gewassen waarvan je de vruchten eet die na de bloei ontstaan. Courgettes en pompoenen zijn hiervan een voorbeeld, maar ook van bonen en sugarsnaps eet je de vrucht.

Een andere indeling kan zijn volgens de belangrijkste plantfamilies.

Leer een moestuinplan maken en meer!

Vind je het allemaal leuk klinken maar wil je toch liever persoonlijke begeleiding bij het maken van je moestuinplan? Volg dan de jaarcursus moestuinieren op Landgoed de Peerdegaerdt. Moestuinvrouw Agaath heeft ruim 40 jaar ervaring in de biologische tuinbouw. Als je van iemand veel kunt leren over moestuinieren, dan is het van haar. In de jaarcursus neemt Agaath je iedere maand mee de moestuin in. Zo leer je al doende hoe je succesvol een moestuin opzet en onderhoudt.

Lees hier meer over de jaarcursus moestuinieren.

Volgende bericht